In november, als de bomen en het plantenleven bovengronds afsterven is het de tijd voor Halloween en Allerzielen. Wij schenken jaarlijks aandacht aan Allerzielen. Het feest waarin geliefde overledenen worden herinnerd en geëerd. In de vlindertuin naast het huis is een gedenkplek gemaakt van wilgentakken met een mooie vilten zon in de nok. Deelnemers en vrijwilligers die dat willen nemen een foto mee van een geliefde overledene. We steken kaarsen aan en zetten die in de bodem bij de gedenkplek. Er wordt een gedicht gelezen.

Buiten laat de natuur zich nog even zien in prachtige kleuren. In november wordt het langzaam kouder en grijzer buiten. Het is de tijd om ons bewustzijn meer naar binnen te richten, naar onszelf. Het natuurbewustzijn dat hoort bij de zomer maakt nu plaats voor zelfbewustzijn. Het Michaelsfeest geeft hiertoe de eerste aanzet, de moed die wij nodig hebben om naar onszelf te kijken. Sint Maarten is meer het feest van de gemeenschap, van het delen. Hij richt onze blik op de ander. Zijn mantel is de uiterlijke omhulling waarmee wij aan de anderen laten zien wie wij zijn of willen zijn. In het geval van Sint Maarten toonde de mantel tot welke klasse hij behoorde. Zijn mantel was een officiersmantel die hij net had gekregen van het leger. Door onze kleding, uiterlijke symbolen willen wij gezien en herkend worden door de ander. En terwijl wij bezig zijn onszelf in de wereld te zetten, de positie te vergaren die wij ons wensen vergeten we soms om aandacht te hebben voor de ander. Maarten zag de bedelaar, hij zag zijn leed, zijn behoefte en schonk hem de helft van de mantel die hij net had gekregen. Een kostbaar bezit in die tijd, dat hij deelde met een ander. Hij maakte zijn mantel tot gemeenschappelijk bezit. Het feest van Sint Maarten is daarmee een mooi moment om stil te staan bij de ander, bij de gemeenschap. Wij doen dat door mooi versierde pompoenen naar onze buren van het verpleeghuis te brengen.

Ook het sinterklaasfeest is een feest waarin we onze aandacht richten op de (dierbare) mensen in onze omgeving. We besteden veel tijd aan het schrijven van een gedicht of het maken van een surprise. Dit geeft ons de gelegenheid om in een veilige setting, met liefde, humor en creativiteit een zetje, standje, kwinkslag, pesterijtje of pluim uit te delen. Hiermee worden we gedwongen om even echt stil te staan bij de persoon voor wie we wat maken.

De gemeenschap is op Mens en Tuin heel belangrijk. Deelnemers, vrijwilligers, team, bestuur, klanten en vrienden, samen vormen we een groep waar ieder lid op zijn of haar manier deel van uitmaakt. In een gemeenschap is het belangrijk aandacht te schenken aan alle leden, elkaar te ontmoeten, te zien wat de ander nodig heeft, te zien wat in de groep leeft en wat de groep nodig heeft. De begeleiders zijn hier voortdurend mee bezig. Zij schenken aandacht aan het individu en aan het individu in de groep, ze sussen conflicten, kweken begrip voor de ander, zorgen voor een harmonieuze sfeer. Natuurlijk gaat het weleens mis en voelt iemand zich niet gezien, gehoord of ontstaat er een conflict. Maar altijd is ons streven dat ieder zich een volwaardig lid van de groep voelt en aandacht heeft voor de ander.

Dit streven komt mooi tot uiting in de volgende spreuk van Rudolf Steiner:
‘Genezend is alleen, wanneer in de spiegel van de mensenziel zich de hele gemeenschap vormt en als in de gemeenschap de kracht van ieder individu leeft.’

Vrij naar: Juul van der Stolk, ‘Schipper mag ik overvaren’.

Door Annette Versteege