Michaelstijd

Natuur, uw moederlijk bestaan, ik draag het in mijn willend wezen en vuurkracht van mijn willen kan nu mijn geestkracht stalen, waaruit het zelfgevoel geboren wordt
mijzelf in mij te dragen. – Rudolf Steiner, Antroposofische weekspreuken 

Na een lange zomertijd, kondigt de herfst zich aan. De overgangstijd van zomer naar winter, van bloei naar afsterven, van licht naar donker, van warm naar koud. De bloemen raken uitgebloeid, bladeren worden geel en verdorren. Dieren gaan hamsteren en trekken zich terug voor hun winterslaap. De natuur begint zich duidelijk voor te bereiden op de winter. Zij wordt stil en komt tot rust.  

Aartsengel Michael wordt gezien als brenger van de zonnekracht. Hij zorgt voor sterke gewassen en voor een goede oogst. Voor de mens is hij de helpende hand in strenge winters, hij geeft kracht om door de winter heen te komen. Het Michaelsfeest is dan ook het feest van de moed. Hij weegt het goed en het kwaad en strijdt met de negatieve krachten, de ‘draken die vuurspuwen’. Hij staat daarom meestal afgebeeld met zwaard en weegschaal en soms met een draak. Michael staat als symbool voor de omgang met balans tussen goed en kwaad, ook in onszelf.  
In voorchristelijke tijden werd in deze periode het oogstfeest of het begin van de herfst gevierd, waarin men net als op Michaelsdag de goden dankte voor de goede oogst.  

Op een druilerige dag in de laatste week van september vierden wij het Michaelsfeest op Mens en Tuin. 
We vierden het als eerste in een reeks van herfstfeesten. 
Die dag stonden we met elkaar stil bij wat het leven ons geschonken heeft en wat we (misschien) achter ons willen laten. Na een verhaal over de oorsprong van dit feest, werden er vellen papier uitgedeeld met daarop een draak en een blanco deel. Op het blanco deel mocht ieder zijn eigen ‘draak’ tekenen of beschrijven. Iets wat je wilt overwinnen, een eigenschap die er juist meer mag zijn of die je graag achter je zou willen laten. Tijd voor iets nieuws?  
Alle draken zijn daarna in de vuurkorf beland en zijn daarmee symbolisch verslagen, zoals Michael zijn draak versloeg. Daar was moed voor nodig! Meteen warme drank en iets lekkers uit de oogstmand na afloop, zijn we nu écht onderdeel van deze mooie en bijzondere overgangstijd. 

De symboliek van Pasen

In de lente begint de natuur aan een nieuwe levenscyclus. Zo gaan de bloesems aan de vrucht vooraf en levert de vrucht het zaad. Van oudsher raakten in het voorjaar de voedselvoorraden op. Het groeiseizoen op de akker begint weer om ons van vers eten te voorzien. Zaden ontkiemen en we zien overal om ons heen groeikracht. Pasen wordt aan het begin van de lente gevierd. Al in voorchristelijke tijden waren het ei en de haas lentesymbolen. De ronde vorm van het ei verwijst naar de eeuwige cyclus van de natuur. Normaal gesproken gaan we in de lente weer meer naar buiten. Onze levenskrachten vloeien dan naar buiten en onze mensennatuur kan weer verschijnen. In deze tijd van Corona is onze bewegingsvrijheid beperkt en de vanzelfsprekendheid om lekker naar buiten te gaan is komen te vervallen. We zijn meer dan we gewend zijn op onszelf en onze kleinste kring aangewezen.

Een haas leeft alleen en is daardoor onbeschermd en kwetsbaar. Hazen zijn dan ook altijd waakzaam. Als hazen achtervolgd worden door een roofdier, springen ze voor elkaar in het spoor. De achtervolgde haas kan zo op adem komen. Ze tonen zich offerbereid en onzelfzuchtig. Zelf gaan ze niet in de aanval, waardoor ze vanuit menselijk oogpunt zachtaardig en vredelievend zijn. In deze tijd van Corona wordt een beroep gedaan op haas-kwaliteiten. Hierdoor blijken op afstand nabijheid en saamhorigheid te ontstaan.

Een kuikentje moet eerst door een harde schaal heenbreken om ter aarde te komen. Een paashaantje van brooddeeg draagt vaak een buxustakje bij zich. Dit verwijst naar de altijd groene steeds hoger rijzende palmboom. Al in voorchristelijke tijd zag men de palm als symbool voor de zon, die vanaf de lente steeds hoger en krachtiger aan de hemel staat. De haan kraait tijdens zonsopkomst. De haan verbeeldt ons wakkere ik. Deze tijd van Corona vraagt een extra mate van wakkerheid van ons. In sprookjes kraait de haan op momenten dat de mens die op weg is, de goeie beslissing moet nemen. Momenteel wordt er van ons gevraagd om thuis te blijven.

In het leven hebben we te maken met metamorfose en transformatie. Vaak gaat dat gepaard met lijden. Een proces waarna we met nieuwe mogelijkheden ‘geboren’ kunnen worden. Pasen gaat over lijden, sterven, opstanding en opnieuw verrijzen. Met midwinter (kerst) begint de uitademing van de aardeziel, die duurt tot en met midzomer (Sint Jan). Bij het begin van de lente is die uitademing halverwege. Deze ademtocht kan sinds de gebeurtenis op Golgotha gezien worden als afspiegeling van de opstanding. Hierin kan je als mens ten alle tijden mee ademen. In een moment van chaos kan heel bewust ademen helpen om weer tot rust te komen.

Als we te maken krijgen met tegenslag, verdriet, angst, verlies en rouw kunnen we dat als een doodsbeleven ervaren. Het is dan mogelijk om van binnen op zoek te gaan naar de zin hiervan en naar een manier om ermee om te gaan. Als dat lukt, kan het voelen als een opstandingsmoment. Dit kunnen we zien als een persoonlijk Golgotha. Uiteindelijk genereert het nieuwe levenskracht.

De werking van de weekspreuken van Steiner

De werking van de weekspreuken van Steiner

Heb je weleens een tak van een eik, esdoorn of roos bekeken en ordening of impulsiviteit ontdekt in de stand van de takken of een kwaliteitssprong in het uiterlijk van de blaadjes? Door fenomenologisch een roos te ontleden, kwamen we erachter dat er veel meer achter een plant schuilgaat, dan je op het eerste gezicht waarneemt. En dat is eigenlijk met de weekspreuken of de zielekalender van Rudolf Steiner net zo. De weekspreuken zijn niet weg te denken bij Mens en Tuin, maar verdieping, handvatten en context was erg welkom voor de dagelijkse praktijk.

Met vier collega’s en de voorzitter van ons bestuur hebben we hier dan ook een scholingsdag over bijgewoond. We raakten verwikkeld in rozenblaadjes, lemniscaten, ritme en ademhaling. We stonden nog eens bewust stil bij het jaarritme en bij het verloop van de seizoenen. Hierin spelen processen van kou/warmte, donker/licht en leven/dood een essentiële rol. Ook de jaarfeesten zijn hier onlosmakelijk mee verbonden. De plantenwereld biedt een ingang door heel goed naar opbouw, naar vorm, naar kleur te kijken. De betekenis van de weekspreuken vind je door om je heen te kijken, na te gaan wat er gaande is in de natuur, door de ademhaling te volgen van de aarde en de kosmos. Maar ook door op te merken wat voor invloed dit heeft op jou als mens en hoe het jou van binnen beweegt. Net als planten, zijn de weekspreuken ook opgebouwd volgens een bepaalde structuur en samenhang. Ook is er contrast te vinden tussen spreuken. Daarbij ademen ze mee met wat er buiten gebeurt en ondertussen gebeurt dat ook in jezelf.

We zijn door deze dag gevoed en geïnspireerd om op een verdiepende manier met de weekspreuken aan het werk te gaan. Om ze te delen met onze deelnemers en vrijwilligers en er met elkaar over in gesprek te gaan. Ieder van ons kan er iets aan ervaren en zich er over verwonderen. Oftewel het is een ingang om ‘de landbouw te vermenselijken en mens te worden aan de landbouw.’

Tekst door Mijke van Waesberge

Jaap Gorter over de weekspreuken

Michaelstijd op Mens en Tuin in het Park

Michaelstijd op Mens en Tuin in het Park

Midden in de zomer was de tuin nog een en al uitbundigheid en vol van groei en bloei. Nu nadert de herfst, zijn de dagen korter, de nachten weer lekker vochtig, glinsteren de bladeren ‘s ochtends van de dauw, rijpen gewassen af en begint de tuin weer op z’n retour te raken. Niet per se qua schoonheid, maar er is weer een beweging merkbaar terug de aarde in.

Toen ik op vakantie was, had ik aan een van onze vrijwilligers, die dienst deed als chef-oogst, gevraagd om de kolen nog tot het najaar te laten staan. Hij vond een aantal kolen echter zo groot en mooi dat hij besloot ze te snijden voor de keuken van restaurant Greens. Toen ik half augustus terug kwam op de tuin, kon ik hem alleen maar gelijk geven en afgelopen weken hebben we het gros van de prachtige rode, witte en savooiekolen geoogst, die inmiddels bij Greens in het vat zitten voor zuurkool. De radicchio’s bleven klein dit jaar en omdat ze op schieten stonden, moesten ze bijna allemaal tegelijk van het land. De chef van het restaurant besloot er kimchi van te maken.

Op 28 september wordt van oudsher een oogstfeest gevierd. Het luidt een tijd in van overvloed, waarin de wintervoorraden binnen gehaald worden en groente en fruit worden ingelegd en ingemaakt. Onze tuin is te klein om overvloed te leveren, het is meer een pronktuin realiseerde ik me laatst, maar de afgelopen weken werd veel van de oogst die uit de tuin kwam opgewaardeerd, doordat de chef van Greens het fermenteert of in zoetzuur inlegt. Inmiddels staat er een voorraad kleurrijk gevulde potten te shinen in het restaurant. De kracht van de zomer wordt zo geconserveerd en geconcentreerd om er in het najaar en in de winter van te kunnen eten.

Als mensen kunnen we er een voorbeeld aan nemen door in de Michaelstijd die aanbreekt onze eigen zomeroogst van binnen af te wegen en op basis van die voorraad initiatiefkracht genereren. Op 29 september vieren we het jaarfeest van Sint Michael. De aardeziel begon zich na Sint Jan weer uit de kosmos terug te trekken, deze zogenoemde inademing is nu halverwege. Rond deze tijd van het jaar is het de kunst om, nadat we tijdens de zomer uitbundig ‘buiten onszelf’ zijn geweest, weer naar binnen te keren, zonder dat we hierbij het lijntje met de kosmos hoeven te verliezen. Dit vraagt soms wat wilskracht en durf, want het kan makkelijk zijn om mee te varen op de uiterlijke zintuiglijke zomerse stroom. Het is immers soms maar de vraag wat we van binnen aantreffen, maar in onszelf kunnen we uiteindelijk het kompas vinden om tijdens de donkere, koude en minder kleurrijke maanden koers te houden, om onze gedachtes levendig te houden en ze ‘hart te geven’. Hierdoor kan ons handelen veranderen, omdat we ergens warm voor kunnen lopen, dingen vanuit de grond van ons hart kunnen doen. Michael is hierbij de veerman die op de levende stroom tussen aarde en kosmos beweegt en door stappen van de mens op dit vlak een brug bouwt tussen aarde en kosmos.

Sint Jan

Sint Jan

Maandag 24 juni was het Sint Jan. Johannes de Doper was de mens van de zomerzonnewende.

Op Mens en Tuin vieren we de jaarfeesten om vorm te geven aan het jaarritme. Ritme vinden we onder andere terug in onze ademhaling, dag en nacht, de dagen van de week en de maanden. Als je de aarde ziet als een levend wezen dan heeft de aarde ook levensritmen. Zo houden de jaargetijden verband met het in- en uitademen van de aarde. Met Sint Jan eindigt de uitademing van de aarde, die met kerst werd ingezet en begint de inademing, die met kerst weer eindigt.

In de winter is de aarde bij zichzelf en helemaal wakker. Ze slaapt in wanneer de lente overgaat in de zomer. Wanneer wij zelf slapen is ons lichaam als een tuin waarin het leven fris groeit en bloeit, zodat wij de volgende morgen weer hersteld zijn van de afbraakprocessen die zich overdag afspelen. Zo wordt in de zomer de aarde vernieuwd, nadat ze in de kosmos nieuwe vurige kracht heeft opgedaan.

Met de zomerzonnewende bereikt de natuur haar hoogtepunt. Je zou kunnen zeggen dat de aarde buiten zichzelf raakt en één is met de kosmos. In voor-Christelijke tijden dansten mensen om het vuur en raakten in een zonne-extase. Johannes de Doper kwam als mens overeen met die zomerse extase. Sint Jan is het feest van de zon die weer langzaam daalt, het is het feest van het licht dat langzaam weer afneemt. De klimmende zon doet groeien, geeft bloesem en de dalende zon doet rijpen en geeft vrucht.

De zon is drager en schenker van leven en het oerfenomeen van ritme. Het menselijk leven komt overeen met dat van de jaarcyclus, waarbij de zomerzonnewende staat voor het midden van ons leven om erna tot rijping te komen. 

Geschreven door Mijke van Waesberge

Eendenkorf en kapel

Eendenkorf en kapel

Tonny schonk een prachtige eendenkorf voor de vijver. In deze korf kan een eend veilig haar eieren uitbroeden.

Ook heeft vrijwilliger Tonnis de afgelopen weken een prachtig kapelletje gevlochten. Op deze plek gedenken wij jaarlijks tijdens Allerzielen geliefde overledenen.